Rassenkeuzetoets

Speciaal voor beheersing van virulente aardappelmoeheid heeft HLB de rassenkeuzetoets ontwikkeld.

Speciaal voor beheersing van virulente aardappelmoeheid heeft HLB de rassenkeuzetoets ontwikkeld. Tussen aaltjespopulaties zitten grote verschillen en zo kunnen ook rassen die op papier een gelijkwaardige AM-resistentie hebben op veldpopulaties sterk van elkaar verschillen. In de rassenkeuzetoets worden daarom in een lapproef resistente rassen gematcht met de aanwezige aaltjespopulaties in een perceel.

Op die manier is vooraf beter in de schatten wat de resistentie effecten zijn van de geteste aardappelrassen op de aanwezige AM besmetting en kan de beste rassenkeuze worden gemaakt.

In een rassenkeuzetoets worden rassen getest ten opzichte van een vatbare standaard. Om in een rassenkeuzetoets zoveel mogelijk de rassen te testen waar een resistentie van mag worden verwacht, is het nodig om te weten om welk type AM populatie het gaat. Tegenwoordig wordt dit meestal direct al in het onderzoek naar AM besmetting meegenomen, maar anders kan met behulp van een PCR test (DNA) eerst nauwkeurig de soort (G. pallida of G. rostochiensis of mengbesmetting) worden vastgesteld. Vervolgens wordt er in overleg met de teler bepaald welke rassen er worden getoetst. In de labtest kan worden gecontroleerd op welke rassen deze veldpopulatie  meer of minder cysten vormt.

De rassenkeuzetoets is dus een echte praktijkgerichte toets, gericht op de beheersing van AM op perceelsniveau.

Vind hier uw adviseur!

De Rassenkeuzetoets 

De rassenkeuzetoets brengt in beeld hoe een specifieke populatie reageert op verschillende rassen. Zijn er voldoende larven beschikbaar, dan wordt de toets ingezet met 8 rassen in 8 herhalingen. Het ras Desiree wordt hierbij ingezet als 8e- en als standaardras.  Voor de toets wordt na de teelt van aardappelen, uit een groot grondmonster(2-3 liter) van probleemplekken veel cysten met levende inhoud verzameld. De toetsen worden van februari tot eind mei ingezet in kleine potjes met steriele grond en miniknollen. Elk potje wordt vervolgens in dezelfde mate besmet met  levende larven uit het grondmonster. Na acht tot tien weken worden de doorzichtige potjes aan de buitenkant beoordeeld en wordt het aantal cysten op de wortels geteld. Dit geeft een goed beeld van de vatbaarheid van een ras voor de AM-populatie op het betreffende perceel.    

Meer weten of aanvragen? Neem dan contact met ons op.

Contact 

Nieuws

Blijf altijd op de de hoogte!

Meld je aan voor onze nieuwsbrief op onze nieuwspagina.

Nieuwspagina