Tijdens het schrijven van deze column hoor ik de ganzen gakkend overtrekken. Het is november en dit geluid staat voor mij al sinds mijn jeugd symbool voor de aankondiging van de winter. In het besef dat deze en andere vogels elk najaar en voorjaar duizenden kilometers trekken, kun je alleen maar groot ontzag hebben voor de natuur.
Tijdens het schrijven van deze column hoor ik de ganzen gakkend overtrekken. Het is november en dit geluid staat voor mij al sinds mijn jeugd symbool voor de aankondiging van de winter. In het besef dat deze en andere vogels elk najaar en voorjaar duizenden kilometers trekken, kun je alleen maar groot ontzag hebben voor de natuur.
En niet alleen dat, maar ook voor het aanpassingsvermogen van de natuur: door klimaatverandering trekt bijvoorbeeld de rietgans niet meer naar Spitsbergen, maar vliegt zij/hij 600 kilometer verder door naar Nova Zembla voor het broedseizoen – en weer terug. Hoe ze dit nieuwe gebied ontdekt hebben, is niet zeker, maar vermoedelijk leren ze dit van andere ganzensoorten en vertellen ze het elkaar.
‘Leer van de natuur en vertel erover’
De snelheid waarmee deze gans zich aanpast aan de veranderende omstandigheden is een kunst op zich. Het toont maar weer eens aan hoe belangrijk flexibiliteit is in de strijd om te (over)leven. En minstens zo belangrijk: de kracht van samenwerking en communicatie! Het is toch fascinerend om je voor te stellen hoe die ganzen elkaar helpen met het in stand houden van de soort.
Landbouw staat als sector het dichtst bij de natuur van alle economische sectoren. Sterker nog, landbouw maakt deel uit van de natuur en is een belangrijke bron van voedsel voor hele gemeenschappen aan insecten, bodemleven, klein en groot wild, et cetera. Die verbondenheid met de natuur en het dagelijkse leven met de onzekerheden van de natuur en het weer staat in schril contrast met het huidige imago van de landbouw. Een sector die in de media wordt weggezet als vervuilend, niet innovatief, gesloten en inflexibel.
Vroeger, toen ik opgroeide op een gemengd bedrijf met akkerbouw en koeien – en later vleesvee – was het weer leidend in alles wat je deed. Mechanisatie was er volop, maar lang niet zo zwaar als nu het geval is, waardoor alles stilviel als het weer tegenzat. De opkomst van chemische gewasbescherming maakte de onzekerheden en afhankelijkheid van het weer een heel stuk kleiner. Ook waren veel meer mensen actief in de landbouw, waardoor de maatschappelijke verbondenheid er van nature was.
Tegenwoordig wordt er veel over de landbouw gepraat, maar niet met de landbouw. Andersom trouwens ook niet. Die verbondenheid met de natuur is er nog steeds, maar niet zichtbaar. De sector zit in haar isolement en vecht zelfs onderling een strijd uit, nota bene binnen de plant- en diersectoren. Vanuit de crisisgedachte begrijp ik het wel – dan ben je vooral met jezelf bezig en niet met de buitenwereld. Maar ik weiger te denken vanuit crisis. Ik denk vanuit het besef dat het leven altijd doorgaat, en dat je het beste ervan moet en ook kunt maken, met elkaar.
Trots word ik van de mooie voorbeelden, zoals boeren die vertellen over de nieuwe precisierobot die gekocht is. En als ik hoor hoe ze aan de gang zijn met nieuwe ideeën, groene middelen, biologische gewasbescherming, nieuwe gewassen en bouwplannen. De natuur krijgt in de plannen meer aandacht dan ooit daarvoor, en de voorlopers gaan richting bijna bio. Het nieuwe begin is er al. Nu nog: vertellen aan elkaar én minstens zo belangrijk – aan de buitenwereld!
Tijdens het schrijven van deze column hoor ik de ganzen gakkend overtrekken. Het is november en dit geluid staat voor mij al sinds mijn jeugd symbool voor de aankondiging van de winter. In het besef dat deze en andere vogels elk najaar en voorjaar duizenden kilometers trekken, kun je alleen maar groot ontzag hebben voor de natuur.
En niet alleen dat, maar ook voor het aanpassingsvermogen van de natuur: door klimaatverandering trekt bijvoorbeeld de rietgans niet meer naar Spitsbergen, maar vliegt zij/hij 600 kilometer verder door naar Nova Zembla voor het broedseizoen – en weer terug. Hoe ze dit nieuwe gebied ontdekt hebben, is niet zeker, maar vermoedelijk leren ze dit van andere ganzensoorten en vertellen ze het elkaar.
De snelheid waarmee deze gans zich aanpast aan de veranderende omstandigheden is een kunst op zich. Het toont maar weer eens aan hoe belangrijk flexibiliteit is in de strijd om te (over)leven. En minstens zo belangrijk: de kracht van samenwerking en communicatie! Het is toch fascinerend om je voor te stellen hoe die ganzen elkaar helpen met het in stand houden van de soort.
Landbouw staat als sector het dichtst bij de natuur van alle economische sectoren. Sterker nog, landbouw maakt deel uit van de natuur en is een belangrijke bron van voedsel voor hele gemeenschappen aan insecten, bodemleven, klein en groot wild, et cetera. Die verbondenheid met de natuur en het dagelijkse leven met de onzekerheden van de natuur en het weer staat in schril contrast met het huidige imago van de landbouw. Een sector die in de media wordt weggezet als vervuilend, niet innovatief, gesloten en inflexibel.
Vroeger, toen ik opgroeide op een gemengd bedrijf met akkerbouw en koeien – en later vleesvee – was het weer leidend in alles wat je deed. Mechanisatie was er volop, maar lang niet zo zwaar als nu het geval is, waardoor alles stilviel als het weer tegenzat. De opkomst van chemische gewasbescherming maakte de onzekerheden en afhankelijkheid van het weer een heel stuk kleiner. Ook waren veel meer mensen actief in de landbouw, waardoor de maatschappelijke verbondenheid er van nature was.
Tegenwoordig wordt er veel over de landbouw gepraat, maar niet met de landbouw. Andersom trouwens ook niet. Die verbondenheid met de natuur is er nog steeds, maar niet zichtbaar. De sector zit in haar isolement en vecht zelfs onderling een strijd uit, nota bene binnen de plant- en diersectoren. Vanuit de crisisgedachte begrijp ik het wel – dan ben je vooral met jezelf bezig en niet met de buitenwereld. Maar ik weiger te denken vanuit crisis. Ik denk vanuit het besef dat het leven altijd doorgaat, en dat je het beste ervan moet en ook kunt maken, met elkaar.
Trots word ik van de mooie voorbeelden, zoals boeren die vertellen over de nieuwe precisierobot die gekocht is. En als ik hoor hoe ze aan de gang zijn met nieuwe ideeën, groene middelen, biologische gewasbescherming, nieuwe gewassen en bouwplannen. De natuur krijgt in de plannen meer aandacht dan ooit daarvoor, en de voorlopers gaan richting bijna bio. Het nieuwe begin is er al. Nu nog: vertellen aan elkaar én minstens zo belangrijk – aan de buitenwereld!
Wat de gans kan, kan landbouw ook…
Janny PeltjesJanny is vaste columnist voor agrarisch vakblad Boerderij. In haar maandelijkse columns deelt ze haar visie op actuele thema’s in de landbouw. .