Regelmatig wordt door telers de vraag gesteld wat het effect is van een nateelt van groenbemesters op ritnaaldschade in de daarop volgende geteelde gewassen. De gestelde vraag lijkt steeds relevanter te worden, omdat schade door ritnaalden in diverse akkerbouwgewassen de laatste jaren toeneemt. Daarom wordt in 2025 gestart met een project waarin dit effect wordt onderzocht. Dit project wordt grotendeels gefinancierd door BO akkerbouw. HLB in Wijster is verantwoordelijk voor de uitvoering van het project. WUR Open Teelten en projectpartners Joordens Zaden, Barenbrug Holland, Vandinter Semo, Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) en Agrofoodcluster zijn eveneens betrokken.
Proefopzet
In de nazomer van 2025 worden op verschillende locaties meerdere groenbemesters ingezaaid. Dit zijn uiteraard plaatsen waar ritnaaldschade wordt verwacht. Percelen waar nu nog wintergraan staat, lijken het meest voordehand liggend. Graan is een goede waardplant van kniptorren en omdat hun nageslacht, de ritnaald, er jaren over doet om volwassen te worden is in de jaren na 2025 schade te verwachten in de diverse opeenvolgende gewassen op zo’n perceel.
Door de percelen nog een aantal jaren te blijven volgen, kan meer inzicht worden gekregen in het effect van de verschillende in 2025 gezaaide groenbemesters op de ritnaaldpopulatie. Mogelijk wordt door bepaalde groenbemesters de ontwikkeling van ritnaalden in de bodem meer geremd of juist bevorderd in vergelijking met andere groenbemesters en kunnen bepaalde groenbemesters worden ingepast in een beheersingsstrategie.
De groenbemesters
De afgelopen periode is de begeleidingscommissie van het project een aantal keer bij elkaar geweest om de proefopzet verder uit te werken. Voor de proef zijn vier groenbemesters geselecteerd waar het beste resultaat van verwacht wordt: bruine mosterd, Ethiopische mosterd, gewone boekweit en Franse boekweit. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat mosterdplanten toxische stoffen bevatten die de groei van ritnaald afremmen. Het eten van boekweit kan er zelfs voor zorgen dat ritnaalden niet alleen slechter groeien, maar ook misvormd kunnen raken en eerder doodgaan. Ze worden echter niet direct door boekweit afgeweerd. In de jaren 2026 – 2028 zal de ritnaaldschade in vervolggewassen na teelt van de vier genoemde objecten worden vergeleken met de schade na teelt van Italiaans raaigras en zwarte braak. Zo komen we op totaal zes verschillende objecten. Deze zullen per locatie worden ingezaaid in een blokkenproef in zes herhalingen.
Locaties gezocht
HLB is op zoek naar geschikte locaties voor de proef: percelen waarin in de nazomer van 2025 een blokkenproef met twee soorten mosterd, twee soorten boekweit en gras ingezaaid kan en mag worden en waarna in de daaropvolgende jaren de schade in de dan geteelde gewassen zoals aardappel, suikerbieten en bijvoorbeeld uien mag worden beoordeeld. Als reactie op een eerdere aankondiging heeft een aantal akkerbouwers zich al gemeld bij HLB. Deze telers ontvangen aanvullende informatie en een korte vragenlijst waarop een aantal eigenschappen van het beoogde proefperceel kan worden ingevuld om de verschillende locaties voor het project te kunnen selecteren. Aanmelden kan echter nog steeds! U kunt zich melden bij onderzoeker Tjarda Everaarts van HLB. U ontvangt dan eveneens de aanvullende informatie over de proefopzet en de vragenlijst.
Groenbemesters. Foto’s van Joordens Zaden.
In samenwerking met:

.