Milieuvriendelijkere sierteelt vraagt innovatie, niet minder middelen

HLB-ceo Janny Peltjes lichtte op 26 mei in de Tweede Kamer namens De Drentse Lelie toe hoe praktijkprogramma’s in de lelieteelt laten zien dat substantiële milieuwinst mogelijk is. Ze was uitgenodigd bij een rondetafelgesprek over het vereenvoudigingspakket voor voedsel- en diervoederveiligheid. Janny benadrukte dat verdere verduurzaming afhankelijk is van innovatie, beschikbaarheid van groene alternatieven en uitvoerbare regelgeving.

De huidige aanpak in Drenthe bouwt voort op het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe, waarin telers, onderzoekers en overheden samenwerkten aan een teeltsysteem met een lagere milieubelasting. De kern van deze aanpak is dat verduurzaming niet wordt gezocht in één maatregel, maar in een samenhangend pakket van teeltmaatregelen, monitoring, innovatie en kennisontwikkeling; Integrated Crop Management (ICM).

Binnen De Drentse Lelie wordt gewerkt vanuit een geïntegreerde benadering: hoe kan het teeltsysteem zó worden ingericht dat emissies naar bodem en water afnemen, nuttige organismen behouden blijven en de afhankelijkheid van gewasbeschermingsmiddelen structureel vermindert?

De eerste resultaten laten zien dat systeemmaatregelen daadwerkelijk effect hebben. Waar het gebruik van werkzame stof in de lelieteelt volgens cijfers van het CBS in 2020 nog 114,5 kilo per ha bedroeg, wordt binnen De Drentse Lelie inmiddels circa 18 kilo per ha gerealiseerd. Deze daling laat zien dat gerichte innovatie en samenwerking kunnen bijdragen aan een sterke reductie van milieubelasting. Extra aandacht is er dit jaar voor een gezonde bodem en weerbare planten; de basis voor een geslaagde teelt.

Landbouw in relatie tot de omgeving

De discussie rond gewasbescherming raakt niet alleen de sector zelf, maar ook de leefomgeving. Omwonenden willen zich veilig voelen en vragen om duidelijkheid over mogelijke effecten op gezondheid en natuur. In Drenthe is daarom veel geïnvesteerd in kennisoverdracht en communicatie over teeltpraktijken, milieubelastingspunten en het verschil tussen verschillende typen middelen.

Volgens betrokkenen draagt juist het gesprek met de omgeving bij aan wederzijds begrip. Transparantie over werkwijze, monitoring en voortgang kan helpen om zorgen te adresseren en het gesprek inhoudelijk te voeren. Tegelijkertijd blijkt uit reacties van maatschappelijke organisaties dat vertrouwen samenhangt met de mate waarin gegevens toegankelijk en controleerbaar zijn.

De praktijk laat zien dat verduurzaming niet los kan worden gezien van de maatschappelijke context waarin landbouw plaatsvindt.

Innovatie als randvoorwaarde voor verdere reductie

De Drentse Lelie laat zien dat verdere reductie van milieubelasting mogelijk is via technologische en teeltkundige innovatie, zoals:

  • robotisering van onkruidbeheersing
  • mechanische onkruidbeheersing, zoals wiedeggen
  • driftreducerende technieken
  • weerbare rassen en aangepaste teeltsystemen

Veel van deze technieken zijn nog in ontwikkeling en vragen praktijkervaring om effectief toepasbaar te worden. Tegelijkertijd verdwijnen bestaande middelen relatief snel door Europese regelgeving. Wanneer nieuwe, groenere alternatieven nog niet beschikbaar zijn, kan een situatie ontstaan waarin telers minder instrumenten tot hun beschikking hebben om ziekten en plagen beheersbaar te houden. Dit vertraagt de verduurzaming, juist omdat geïntegreerde systemen vaak afhankelijk zijn van een combinatie van maatregelen.

Pleidooi voor samenhang tussen beleid en praktijk

Binnen het rondetafelgesprek werd benadrukt dat praktijkervaring een belangrijke rol kan spelen bij beleidsontwikkeling. De Europese toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen behoort tot de strengste ter wereld en beoordeelt middelen onder meer op toxicologie, residuen en blootstellingsrisico’s.

Tegelijkertijd wordt vanuit de praktijk aandacht gevraagd voor de snelheid waarmee alternatieven beschikbaar komen. Het versnellen van toelating van groene en laag-risico middelen, evenals het breder beschikbaar maken van middelen die in andere teelten al zijn toegelaten, kan bijdragen aan verdere verduurzaming van teeltsystemen.

Daarbij wordt benadrukt dat verduurzaming niet alleen een ecologische opgave is, maar ook samenhangt met economische en sociale aspecten van het platteland, zoals werkgelegenheid, kennisontwikkeling en leefbaarheid.

Dialoog als onderdeel van de transitie

De discussie rond gewasbescherming laat zien dat verschillende perspectieven bestaan op de snelheid en invulling van verduurzaming. Waar de sector wijst op de noodzaak van innovatie en uitvoerbare alternatieven, vragen maatschappelijke organisaties aandacht voor transparantie en gezondheidsaspecten.

Juist in dat spanningsveld ontstaat ruimte voor verdere ontwikkeling van teeltsystemen die zowel economisch als maatschappelijk houdbaar zijn. Initiatieven zoals De Drentse Lelie laten zien dat gebiedsgerichte samenwerking kan bijdragen aan een gezamenlijke zoektocht naar oplossingen.

De centrale vraag blijft daarbij hoe innovatie, regelgeving en praktijkervaring zodanig op elkaar kunnen aansluiten dat verdere reductie van milieubelasting haalbaar en uitvoerbaar blijft.

Verduurzaming vraagt daarmee niet alleen om ambitie, maar ook om instrumenten die telers in staat stellen deze ambitie in de praktijk waar te maken.

Lees meer over de resultaten van Duurzame Bollenteelt Drenthe en hier de column van Janny over de Drentse lelieteelt.