‘De gewassen moeten er strak opstaan’

Gezonde bodem, gezond bedrijf. Net als zijn voorvaderen investeert Frans Wigchering in zijn kapitaal, de grond. Hij zoekt de beste balans waarin hij succesvol gewassen kan telen.

Langs de weelderig beboomde Tolweg in het Noord-Drentse Oud Annerveen doemt tussen het groen het prachtige witte woonhuis van de boerderij van de familie Wigchering op. Op het erf maakt een medewerker de ploeg goed schoon. Het werk zit erop voor de machine en alles gaat spic en span de schuur in voor volgend seizoen. De zon schijnt, de stemming is uitermate goed. De Wigcherings hebben dan ook iets te vieren in 2025: het landbouwbederijf bestaat 150 jaar.

Na het zaaien en poten staat in het voorjaar alles in het teken van groei op een akkerbouwbedrijf. Frans Wigchering (46), de vijfde generatie die aan het stuur zit van het bedrijf, heeft goed zicht op de groei van zijn gewassen; de 450 hectare die tot de boerderij behoort, ligt allemaal in een straal van 3 kilometer rondom de boerderij. Ideaal, ook logistiek gezien. “Het is een makkelijk voorjaar”, constateert hij tevreden, door de goed groeiende uien lopend. De haspel staat verderop. De granen zijn ook beregend. Maar bij aardappelen en bieten is dat zelden nodig. Dankzij de mooie weersomstandigheden is nergens structuurschade gereden. Wel leidden stofstormen tot enige schade, waardoor zo’n 15 hectare van de 70 hectare bieten is overgezaaid. In de uien is de gerst als anti-stuifdek nog waarneembaar. Ook legde Wigchering de grond vast met koeienmest.

Zetmeelaardappel voornaamste gewas
Zetmeelaardappelen is het voornaamste gewas op de boerderij, hiervan poot Wigchering 200 hectare. Daarvan is 16 hectare pootgoed. Wigchering werkt al vele jaren samen met HLB en De Groene Vlieg voor teeltadvies op het gebied van aaltjes en insecten. “We gebruiken de rassenkeuzetoets om te beslissen welk pootgoed waar de grond in gaat. Let wel, niet alle aaltjes zijn vervelend. Er zijn ook goede bij. Aan ons de schone taak om die goede balans te vinden. Kennis helpt je hierbij verder. En, hoe ruimer de vruchtwisseling hoe beter het is. De eis van nu, 1 op 4 rustgewassen, voldoen we makkelijk aan. Als je op 1 op 3 gaat is dat voor de grond nog beter, maar voor de portemonnee wat minder.”

De waarheid ligt dus, zoals zo vaak in het leven, in het midden. Hoe ver kun je gaan in gezondheidsmaatregelen, met behoud van inkomen? Kom je ooit van aardappelmoeheid (AM) af? “Nee, er zijn altijd overlevers die overblijven in een perceel”, weet Wigchering. “Blijven monitoren dus.”

Dat doet HLB/De Groene Vlieg op verschillende manieren. Aaltjes worden via grondbemonstering vlak na elke aardappeloogst vastgesteld. Voor de uien wordt altijd ook een grondmonster opgestuurd naar Wijster. “Die prik ik zelf, want ik weet wat ik gezien heb. Ik heb van dik 20 jaar alle besmettingen in Excel staan. Dat biedt een goed overzicht, ook van doeltreffendheid van beheersmethodes.”

Zaaiuien in alle kleuren
In het bouwplan is 46 hectare ingeruimd voor zaaiuien. Wigchering is van alle kleuren thuis, want hij teelt 22 hectare gele, 15 hectare rode en 9,5 hectare roze uien. De oogst wordt in drie cellen bewaard; twee voor gele uien en eentje voor rode. Het areaal rode uien groeit steeds iets vanwege de gunstige markt hiervoor. Wigchering verhandelt zijn uien via een vaste commissionair. Hij geniet ontzettend van deze teelt, vertelt hij: “De teelt op zich is a heel leuk, maar het is ook mooi dat je van de oogst eens een zakje kunt weggeven. Met zetmeelaardappelen doe je immers niemand een plezier. De ui is een kant en klaar product, waar je veel kanten mee op kunt.”

Het begin was wel even spannend. “Iemand zei tegen mij: als je met uien begint, moet je twee dingen groot hebben: de sloot en je bankrekening. Nou, die sloot is gelukkig niet vol gekomen. Je kunt niet altijd 6 gooien, maar echt slecht is het in mijn tijd nog niet geweest in de uien.”

Ontzorgd in uienvliegbeheersing
De Groene Vlieg ontzorgt Wigchering door de uienvlieg te beheersen. “Onafhankelijk bedrijfsadviseur Albert Wolfs zette daar 5 jaar geleden wat druk achter in onze studiegroep en we zijn gelukkig allemaal ingestapt. Daarvoor spoten we lukraak wat insecticiden in de hoop uienvlieg te pakken. Maar als je dat doet, is de plaag op een gegeven moment niet meer beheersbaar.”

Uien- en bonenvlieg worden gemonitord met valgroepen met bekertjes vloeistof.  Op deze drukbepaling wordt inzet van de Steriele Insecten Techniek (SIT) en een eventueel ingrijpadvies gebaseerd. Wigchering vindt de SIT een mooi systeem. “Het vrouwtje denkt dat het bevrucht is, maar er gebeurt niks doordat het mannetje steriel was.  Dat is toch mooi! Dit is de enige goede oplossing tegen uienvlieg.”  Dit soort systemen helpen om het goede imago van Nederland als uienexportland te behouden, stelt de ondernemer.

Voor de uien aan komt Tagetes, voor de biologische aaltjesbeheersing. Granen maken het bouwplan bijna af; 46 hectare wintergerst en 80 hectare zomertarwe. De laatste bunders – soms zijn het bufferstroken – zijn voor natuurbraak, waar een beheersvergoeding op zit.

Investeren in gezonde bodem
De grond waarop Wigchering boert, omschrijft hij als versleten dalgrond. “Het organische stof neemt af in de loop der jaren. We doen volop ons best om het op peil te houden. Mijn opa had al een hekel aan stro persen en dat is in de familie gebleven. Dus wij verhakselen stro, wat je terug ziet in een mooi rul grondje waar veel kan. Ook zetten we in op groenbemesters en dierlijke mest. Maar het gaat niet zo vlot; 1% verhoging van organische stof duurt zo een generatie.”

De betovergrootvader van Wigchering trouwde met een dochter van de buren en bouwde in 1875 deze boerderij. Hij heeft zelf ook alweer 4 zoons op de wereld gezet. “Ik doe aan risicospreiding”, grapt hij. Ze zijn 14, 10 en een tweeling van 5. “Het eigenlijk twee bedrijven: de boerderij en het gezin. Jenine, mijn vrouw, werkt in het basisonderwijs. Ik wilde altijd boer worden, ben nooit gepusht ofzo. Ik was van kleins af aan betrokken en heb er plezier in.”

Zijn vader van 77 springt ook altijd graag bij op de boerderij. Het zit gewoon in de genen. Met twee man in vaste dienst en een zzp’er voor de oogst is het werk goed rond te krijgen, dankzij de grote percelen dichtbij huis. “Toen ik op mijn 22e in het bedrijf kwam na een studie bedrijfskunde in Leeuwaren hadden we 220 hectare”, vertelt Wigchering over de bedrijfsontwikkeling. “Inmiddels dus 450. Ik zie wel kansen ja. We hebben 150 plus 160 zonnepanelen op daken voor eigen gebruik. Zo groei en innoveer je door. We werken samen met een akkerbouwer die van plan is om te stoppen. Daar zijn ook groeikansen. Ik heb lol in ondernemen; alles perfectioneren, want ik ben een pietje precies. De gewassen moeten er strak opstaan. Een valplek door AM heb ik dan ook gauw in de gaten en dan pakken we het direct aan.”

Uitdagingen voor de toekomst
In 150 jaar is hier veel opgebouwd. Wat zijn de uitdagingen zijn voor de toekomst? “Bestand zijn tegen het extremere weer. Heel veel draineren, dat doen we al tientallen jaren en blijven we zeker ook doen. Het beregeningswater komt uit het IJsselmeer via kanalen en sloten onze kant op. Goede water aan- en afvoer is ons veel waard. Gelukkig doet het waterschap veel goede dingen in dit gebied, we hebben er dan een heel waardevolle samenwerking mee.”

Daarnaast merkt Wigchering dat je als agrarisch ondernemer steeds meer moet uitleggen aan de wereld om je heen. “Bijvoorbeeld aan mensen die hier zijn komen wonen en een te romantisch beeld hebben van de landbouw.  Dat contact zoek ik op, ik wil aanspreekbaar zijn. Door praatjes te maken in het dorp bijvoorbeeld, mijn vader kan dat heel goed. Door een appje te sturen als je gewasbescherming gaat toepassen in de buurt van iemands tuin en rekening te houden met het tijdstip; niet op een zonnige zaterdagmiddag als zij van het mooie weer genieten. Daar kweek je goodwill mee. Met wederzijds begrip en respect werkt het voor iedereen een stuk makkelijker.”

150 jaar Wigchering Landbouw

Met het open huis wordt het 150-jarig bestaan van Wigchering Landbouw gevierd voor genodigden. Betrokken bedrijven zoals HLB/De Groene Vlieg zijn ook present, om wat meer  uit te leggen over de landbouw. “Ik gok op 300 gasten, eigenlijk iedereen die in mijn mobiele telefoon staat en onze dorpsgenoten. We willen laten zien wat we in 150 jaar hebben bereikt, want daar zijn we trots op.”