Biostimulanten laten veelbelovende resultaten zien in lelieteelt

Een gezonde bodem is de basis voor een gezond gewas. Maar wat gebeurt er als je het bodemleven actief stimuleert met biostimulanten? Die vraag stond centraal in het afstudeeronderzoek van stagiair Nivedhitha Baskar bij HLB. De eerste resultaten zijn veelbelovend: al na één teeltseizoen blijkt het behandelde perceel biologisch actiever dan het controleperceel.

Voor het onderzoek werden twee percelen met elkaar vergeleken: een controleperceel en een perceel waarop een microbiologische biostimulant (microbioom) werd toegepast. Deze inheemse microben leveren een verscheidenheid aan nuttige micro-organismen, zoals bacteriën, schimmels, protozoa en nematoden, die de natuurlijke balans van bodemecosystemen herstellen en behouden. Het microbioom bevat tevens humus voor een vruchtbare, veerkrachtige bodem. Dit werd zowel vóór de teelt als tijdens het groeiseizoen over het gewas toegediend.

Het microbioom is ontwikkeld door Living Soils en specifiek afgestemd op de lelieteelt. De deelnemende teler wilde onderzoeken of deze aanpak past binnen een meer regeneratieve manier van telen.

Systeemaanpak

Volgens HLB-onderzoeker Ben Seubring, betrokken bij telersinitiatief de Drentse Lelie, is het belangrijk om biostimulanten niet als los product te zien. “Een biostimulant is maar een klein onderdeel van een veel grotere aanpak. Het gaat om een andere manier van denken over bodem en plant. Niet alleen iets toevoegen om de plant weerbaarder te maken, maar werken aan een gezond bodemsysteem.”

In deze praktijkproef wordt gewerkt zonder synthetische gewasbeschermingsmiddelen, terwijl het wel een gangbaar leliebedrijf betreft. Chemievrij telen dus. Daarbij draait het niet alleen om het stimuleren van het bodemleven, maar ook om bijvoorbeeld het voorkomen van bodemverdichting, het bedekt houden van de bodem en het creëren van gunstige omstandigheden voor nuttige micro-organismen. “Zo’n systeem vraagt meer voorbereiding en soms ook aanpassingen aan machines of werkwijzen”, weet Ben. “Maar het laat zien dat er alternatieven zijn die de moeite waard zijn om te onderzoeken.”

Actiever bodemleven

Gedurende het groeiseizoen voerde HLB verschillende bodem- en plantanalyses uit. Daarbij werden onder meer de chemische bodemvruchtbaarheid, microbiële activiteit, regenwormen, plantsapanalyses en Brix-metingen onderzocht.

De chemische bodemvruchtbaarheid bleek in beide percelen grotendeels gelijk. De grootste verschillen werden gevonden in het bodemleven. Het perceel dat met het microbioom was behandeld liet een hogere microbiële activiteit zien. Ook werden daar drie keer zoveel regenwormen aangetroffen als in het controleperceel. Dat wijst op een actiever bodemleven en een groter potentieel voor nutriëntenkringloop en bodemvitaliteit.

Ook de plant-sap-analyses gaven positieve signalen. Zo bleef de calciumvoorziening in jonge bladeren beter op peil en ontwikkelden zowel het suikergehalte in het plantsap als de Brix-waarde zich gunstiger in het behandelde perceel. Dat kan erop wijzen dat de planten beter in staat zijn reserves op te bouwen. Of dit uiteindelijk ook resulteert in een hogere opbrengst of betere bolkwaliteit, moet blijken uit de oogst- en kwaliteitsanalyses.

Completer beeld van bodem én plant

Naast het effect van de biostimulant onderzocht Nivedhitha ook welke analysemethoden HLB het beste kan inzetten om telers te ondersteunen.

De voorlopige conclusie is dat een combinatie van de Liab-bodemanalyse en plant-sap-analyse veel waarde biedt. De bodemanalyse laat zien wat de bodem aan voedingsstoffen kan leveren, terwijl de plant-sap-analyse inzicht geeft in wat de plant daadwerkelijk opneemt. Door beide analyses te combineren, ontstaat een completer beeld van de voedingssituatie van het gewas en kunnen knelpunten eerder worden herkend. Daarbij is het volgens HLB belangrijk om aan het begin van een teelt ook de microbiële activiteit van de bodem vast te leggen als uitgangssituatie.

Positieve eerste stap

Hoewel de opbrengst- en kwaliteitsresultaten nog niet bekend zijn, stemt het HLB positief dat de verschillen in bodemleven al na één proefjaar zichtbaar zijn. Ben: “Juist dat maakt deze proef interessant. We zien nu al effecten in het bodemleven, dat vind ik best bijzonder. Dat maakt de aanpak laagdrempelig om verder te onderzoeken.”

Het onderzoek krijgt daarom een vervolg. Op een tweede perceel van dezelfde teler zijn inmiddels opnieuw metingen uitgevoerd. Daarnaast is HLB betrokken bij een onderzoek van het Bodemconsortium naar de invloed van het microbioom van de leliebol.

“Waarschijnlijk begint de weerbaarheid van een plant veel eerder dan we vaak denken. Het uitgangsmateriaal dat een teler koopt, neemt een bepaald microbioom mee. We willen beter begrijpen hoe dat zich ontwikkelt en welke invloed dat heeft op de gezondheid van de plant tijdens de teelt.”

Contact

Wie meer willen weten over deze manier van werken of interesse heeft in vergelijkbaar onderzoek, kan contact opnemen met Ben Seubring (b.seubring@hlbbv.nl) van HLB.