Bewezen in Drenthe: duurzamere lelieteelt is mogelijk

Gewasbescherming met zo weinig mogelijk chemie, dat kan in de lelieteelt. Met meer inzet op sterke rassen, mechanische onkruidbeheersing en geïntegreerde teeltmethoden zijn in de afgelopen vier jaar mooie stappen gezet binnen het project Duurzame Bollenteelt Drenthe. Zelfs de deelnemende telers waren verrast door de mogelijkheden.

De animo was groot voor de afsluiting van het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe (DBD) op vrijdag 6 juni, op het terrein van HLB in Wijster. Het publiek was zeer divers, zoals altijd op bijeenkomsten rondom dit thema. De vragen waren kritisch.

Indrukwekkende resultaten in reductie chemie en milieubelasting

Eerst even naar de resultaten; in de proeven binnen Duurzame Bollenteelt Drenthe is het gebruik van chemische middelen met gemiddeld 75 procent gereduceerd. De milieubelasting nam met 58 procent af. Dat betekent dat DBD bewijst dat verduurzaming van de lelieteelt, die hier en daar figuurlijk behoorlijk onder vuur ligt, goed mogelijk is. “DBD staat voor een revolutie in de bollensector, die in z’n geheel aan het werk is gezet. Want dit speelt niet alleen in Drenthe”, stelt HLB-ceo Janny Peltjes.  “We hebben met DBD laten zien dat een chemiearme lelieteelt kan. De benodigde gedragsverandering hiervoor is duidelijk. Nu moet de sector de kans krijgen om het uit te voeren.”

Ook is duidelijk dat er nog stappen kunnen worden gemaakt. In de afgelopen vier jaar is de dialoog op gang gebracht tussen telers en inwoners, waarmee een basis gelegd voor een voortzetting van het gesprek op inhoud; in de praktijk en met oog voor elkaars perspectieven. De samenwerking en dialoog met omwonenden, partijen in de keten en overheid zijn en blijven essentieel in de toekomst.

Bijvoorbeeld om duidelijk te maken dat een veldspuit niet per se is voorzien van een chemisch product. Biologische middelen worden ook met een veldspuit toegediend aan gewassen. Niet alleen in de bollenteelt, ook in akkerbouwteelten. Verder zullen burgers boeren steeds meer met werktuigen in de weer zien, zoals de wiedeg om onkruid te beheersen. Deze oude techniek blijkt succesvol te integreren in de hedendaagse landbouwpraktijk. Het middelengebruik kan daardoor omlaag. Telers zijn zich hiervan bewust en voornemens om de technieken blijvend toe te passen.

Een aantal telers had een rol in het symposium waarmee DBD is afgesloten op 6 juni, zoals Dion Veninga: “We zoeken bloembollensoorten die weerbaarder zijn, zodat we minder gewasbeschermingsmiddelen nodig hebben.”

Kritische vragen en het belang van kennis
Uit het publiek klonken soms kritische geluiden, die regelmatig werden gepareerd met kennisvragen. Bijvoorbeeld: “Ik zag een teler die de spuit liet lopen op het veld, waar meld je zulke misstanden?” Antwoorden van gedeputeerde Gert-Jan Schuinder: “Heb je gevraagd wat er werd gespoten? Kennis is belangrijk om te kunnen handhaven.” Oftewel: als je niet weet hoe het zit, kun je niet oordelen.

Peltjes vat samen: “De schijnwerper staat veel te scherp op de bollensector gericht. Er gebeurt veel meer dat invloed heeft op onze leefomgeving. Kijk ook eens naar geïmpregneerd hout dat overal wordt toegepast en vlooienbanden bij dieren, die zich in de natuur begeven. Dat zijn maar kleine voorbeelden. De schijnwerper moet echt veel breder, daar kunnen we een balans in vinden en de aanpak vervolgens ook verbreden.”

Kader
Het programma Duurzame Bollenteelt Drenthe gaf invulling aan het Uitvoeringsprogramma Toekomstvisie Gewasbescherming 2030 van het Ministerie van LVVN met drie pijlers: (I) ontwikkeling, kennis en verduurzaming, (II) dialoog tussen telers en omwonenden en (III) uitbreiding van het middelenpakket met minder milieubelastende opties. Duurzame Bollenteelt Drenthe is opgezet om te komen tot een meer duurzame lelieteelt met minimale milieu-impact. In de eerste plaats in de gemeente Westerveld, maar ook in Drenthe en op landelijke schaal. Binnen het programma is veel ervaring opgedaan in de praktijk, met experimenten en onderzoeken op verschillende proefvelden. Het onderzoek in het programma is uitgevoerd door HLB research and consultancy in agriculture samen met telers, Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur (KAVB), Gemeente Westerveld, Provincie Drenthe, Waterschap Drents Overijsselse Delta (WDOD), Agrifirm, CAV Agrotheek en WPA Robertus.

In het nieuws