Aaltjesrisico’s voor volgend seizoen bepaal je in het najaar

Monsters steken voor aardappelmoeheidsonderzoek, waarom doen we dat ook alweer?  We vroegen nematodenexpert-collega’s Petra Rijkens (teeltadviseur) en Egbert Schepel (projectleider) naar de stand van zaken op aaltjesgebied. Alertheid blijft geboden, zo blijkt!

Zijn aaltjes nog steeds urgent en waarom?
Jazeker! Aaltjes kunnen de oorzaak zijn van achterblijvende groei van het gewas, kwaliteitsschade, opbrengstschade en economische schade. In een droog voorjaar zoals dit jaar zie je meer schade van aaltjes. Het is belangrijk om te weten wat de oorzaak is als het gewas slechter groeit. Dan kun je soms nog iets doen om de schade te beperken. Bovendien geeft kennis inzicht. Hiermee kun je je vruchtwisseling slimmer afstemmen en risico op schade in de toekomst beperken.

Wanneer moeten grondmonsters worden gestoken?
Direct na de oogst is in de meeste gevallen het beste moment om de monsters te steken. Daarmee breng je in beeld hoe de aaltjesdruk is op het perceel. Na het rooien van de poot- en consumptieaardappelen worden de meeste AM-monsters gestoken en heb je de grootste pakkans. Daarnaast is verstandig om op gevoelige plekken te bemonsteren op vrijlevende aaltjes om de soorten en niveaus in kaart te brengen.

Vrijlevende alen bestaan uit meerdere families, waaronder de wortellesieaaltjes, wortelknobbelaaltjes en vrijlevende wortelaaltjes. Voor een risico-inschatting voor de volgende teelt is de herfst/winter een geschikte periode om te bemonsteren. Daarmee weet je wat de situatie is voordat je een aaltjesgevoelig gewas zaait of poot en welke risico’s je loopt. Je kunt dan beslissen óf je nog iets extra moet doen voor de teelt of dat het perceel niet geschikt is voor de beoogde teelt.

Wat kan HLB allemaal halen uit een grondmonster?
We kunnen op veel verschillende schadelijke aaltjes onderzoek uitvoeren. Het meest bekende is het aardappelcystenaaltje die aardappelmoeheid kan veroorzaken. De laatste jaren zien we een toenemende vraag naar onderzoek op vrijlevende aaltjes en Meloidogyne chitwoodi/fallax. Die laatste is een groeiend probleem in de teelt van poot- en consumptieaardappelen. Ook kunnen we onderzoeken uitvoeren op bietencystenaaltjes, stengelaal en witrot. Een eventuele soortbepaling doen we met PCR voor zowel AM als Meloidogyne chitwoodi/fallax. Dat is de meest betrouwbare methode en geeft de meeste handvatten om met gewassen, rassen en groenbemester een slim bouwplan in elkaar te zetten.

Hoe worden deze gestoken en door wie?
De monsters van AM intensief worden door onze veldmedewerkers gestoken met de quad – met GPS – of lopend. De monsters voor vrijlevende alen, Meloidogyne en de losse AM-monsters worden bouwvoordiep gestoken en dat gebeurt lopend. Telers die zelf een monster willen steken, vragen we om vooraf even contact met ons op te nemen.

Wanneer krijg je de uitslag?
Na monstername wordt de uitslag standaard binnen 6 weken verstuurd. Voor de monsters van AM-intensief wordt met de teler een termijn voor de uitslag afgesproken.

Hoe kies je de juiste groenbemester?
Dat is een goede vraag! Belangrijk is om eerst in kaart te brengen welke risico’s je loopt met aaltjes. Aan de hand van een recente analyse kun je zien of er schadelijke aaltjes aanwezig zijn en op welk niveau. Vervolgens kijk je welke gewassen je wil telen en of het niveau van de aaltjes de schadedrempel overschrijdt. Dan heb je in het vizier welke aaltjes je wil aanpakken en kun je een geschikte groenbemester kiezen. Let op: een verkeerde keus van groenbemester kan de goede keuzes in je bouwplan teniet doen. Mocht je twijfelen, laat je dan goed informeren.

Wat kan een teler nog meer doen?
Door je bouwplan slim in elkaar te zetten, maak je de risico’s op schade van aaltjes kleiner. Naast gewaskeuze en volgorde kan rassenkeuze helpen om aaltjes beheersbaar te houden. Breng zeefgrond naar het perceel waar de grond vandaan komt óf zet het in depot. Wees kritisch op wat je in je bedrijf binnenbrengt zoals pootgoed en compost. Andere teeltmaatregelen kunnen zijn een vanggewas zoals Tagetes patula om het wortelesieaaltje Pratylenchus penetrans te beheersen, of een lokgewas als raketblad of aardappel telen om het AM-niveau omlaag te brengen.

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de aaltjesproblematiek verdwijnt?
Dat alle schadelijke aaltjes verdwijnen, is een utopie. Vaak kunnen we aaltjespopulaties wel beheersbaar maken. De eerste stap is grondmonsters nemen. Aan de hand van de uitslag van het onderzoek kan een plan worden gemaakt, maar dat roept regelmatig vragen op. Zoals: kan ik van dit soort aaltje schade verwachten en zijn deze aantallen hoog? En: welke teeltmaatregelen kan ik treffen om de schade te beperken, welke groenbemesters reduceren de schadelijke aaltjes? Telers willen weten hoe ze hun vruchtwisseling zo slim mogelijk afstemmen op een zo laag mogelijk risico. Daarom gaan wij met telers in gesprek. Hierin adviseren we over de mogelijkheden en maken we samen een goed plan. Af en toe is dat een puzzel die lastig te leggen is. We maken hierbij gebruik van de nieuwste kennis en inzichten. Bij HLB/De Groene Vlieg bieden we daarnaast een abonnement op aaltjesadvisering aan. Dit houdt in dat samen met de teler een bemonsteringsplan wordt opgesteld en op een ander moment de uitslagen worden besproken. Vervolgens komen we tot een bouwplanadvies met gewassen en rassenkeuze, inclusief de groenbemesters en binnen de ruimte van de regelgeving met het oog op een goed rendement. Voor meer informatie kan je contact opnemen met HLB/ De Groene Vlieg.

Wat zijn de bijzonderheden van dit teeltseizoen? 
We hebben een mooi groeiseizoen gehad waarin veel gewassen vanaf de kant er mooi vierkant op stonden. Maar het was ook een seizoen waarin als iets mis is, dat ook echt zichtbaar was. Een slechte plek kan verschillende oorzaken hebben: aaltjes, bemesting, structuur, zuurgraad, het kan van alles zijn. Het is belangrijk om dit te achterhalen. Al kun je in het groeiseizoen niet zoveel meer bijsturen, het kan wel handvatten geven waarmee je schade in de toekomst kunt beperken. Monitoren, onderzoeken en bespreken. Dat is onze kracht waarmee we telers verder helpen.

Meer weten over onze onderzoeken? Neem contact op met een van onze adviseurs.

Contactpersoon
Petra Rijkens
Teeltadviseur

Onderdeel van het project:

Kennisdeling voor toekomstbestendige akkerbouw in de Veenkoloniën