Tagetes is een mooi middel in de strijd tegen aaltjes. Echter, het is geen one size fits all-principe! Tagetes telen is niet eenvoudig en de werking niet zonder meer tegen alle schadelijke aaltjes. Het is maatwerk.
Het oranje bloeiend gewas Tagetes is een steeds meer geziene gast in akkerbouwrotaties. Terecht, want het biedt veel mooie aaltjes onderdrukkende eigenschappen. Die heeft de sector hard nodig met het wegvallen van chemische middelen tegen aaltjes. Telers zien in hun uienpercelen schade van aaltjes sinds Vydate niet meer mag worden gebruikt.
Tagetes patula werkt in een geslaagde teelt goed tegen het wortellesieaaltje, Pratylenchus penetrans. Daarmee kun je weer een paar jaar goed vooruit. Maar dit is niet het enige aaltje waarmee de akkerbouw te kampen heeft. Van Trichodorus, de vrijlevende wortelaaltje, wordt verwacht dat deze in de toekomst meer problemen gaat geven. Hiervoor is (nog) geen praktische oplossing en onderzoek is nodig om meer kennis te verzamelen.
Het zaaien is een uitdaging
Daarbij is Tagetes zaaien een flinke uitdaging. HLB-adviseur Petra Rijkens vertelt: “Het heeft hakend zaad. Dat betekent dat de zaden kleine haakjes hebben. Daardoor gaan ze klonteren als je ze op de reguliere manier zaait. Om het goed te doen, heb je aangepaste machines nodig.”
Tagetes kan worden gezaaid zodra het risico op nachtvorst is geweken, dus na 15 mei. De meeste boeren zaaien dit gewas na de oogst van wintergerst, tulpen, erwten of na draineren of kilveren in de maanden juni en juli. Dan heb je voor de eerste nachtvorst in oktober de 100 groeidagen te pakken die nodig zijn om Pratylenchus penetrans te reduceren. “Ook het wortelknobbelaaltje Meloidogyne chitwoodi en fallax wordt door Tagetes patula in aantallen naar beneden gebracht, omdat het geen waardplant is”, voegt Petra toe. Op aardappelmoeheid heeft deze groenbemester geen invloed.
Hoe bereiden telers zich het beste voor op het volgende teeltseizoen?
Petra: “Belangrijk is om vooraf te weten met welke soorten aaltjes je te maken hebt en in welke aantallen ze aanwezig zijn. Per perceel kan dit veel verschil uit maken. Dit kan je in kaart brengen door te bemonsteren; dat is vooral belangrijk als je gewassen teelt die gevoelig zijn voor aaltjes zoals bijvoorbeeld uien. Dat helpt om een goede keuze te maken welke groenbemester je het beste kan gebruiken. Na de teelt van Tagetes is het verstandig om een monster te nemen. We zien af en toe dat er na deze teelt andere lastige aaltjes de kop op kunnen steken; Paratrichodorus anemones (vrijlevend wortelaaltje) en Trichodorus cylindricus (vrijlevend aaltje).”
Hoe kan HLB hierbij helpen?
Petra: “Hoe moet je een aaltjesuitslag lezen? Waar ligt de schadedrempel en wat betekent dit voor de te telen gewassen op jouw bedrijf? We kunnen met onze kennis en ervaring over aaltjes en bouwplannen daarin adviseren. Een goed doordacht bouwplan helpt om die risico’s zo klein mogelijk maken. Daarentegen kan een niet doordachte keuze van een groenbemester, de goede keuzes in het bouwplan teniet doen.”
Meer dan een aaltjesonderdrukker
Tagetes is niet alleen een aaltjesonderdrukker, het levert ook veel organische stof op. Dat maakt de bodem gezonder, evenwichtiger en weerbaarder. Het vochtvasthoudend vermogen neemt toe en de structuur verbetert. Daarnaast wordt Tagetes steeds vaker ingezet als alternatief voor groene braak binnen het GLB; dit duurt maar 100 dagen in plaats van de negen maanden braak. Mooi meegenomen!
Tagetes is dus een welkome oranje groenbemester op de akkerbouwpercelen, maar niet een oplossing voor alles. Het begint met weten wat er in je bodem leeft om slimme keuzes te kunnen maken. De adviseurs van HL B zijn erop getraind om telers hierbij te helpen. Zij kijken met de monitoringsuitslag in de hand met de teler naar hun bouwplan en plannen zo samen vooruit, richting een gezonde en duurzame gewasrotatie. Meten is de basis, goed interpreteren en toepassen is de toekomst.
Zorg dus voor aaltjesmonstername na de oogst, het startpunt richting een gezond bouwplan. Vragen? Benader de adviseur in jouw regio!